Jelle Waringa

gedachten over religie en geloof

Uw wil geschiede ~ Exodus 14:9-15 en Psalm 2

(gelezen teksten vind je hier)

Het zal ergens in 1977 geweest zijn, dat ik op de terugweg uit school een dode vis zag liggen. Hij lag half in het water onder de brug die ik iedere dag overliep. Ik zat op de kleuterschool en besloot een hark van huis te halen om de dode karper daarop te transporteren naar onze achtertuin. Hier lag een opdracht op mij te wachten; de vis verdiende een graf om zo in de hemel te kunnen komen. Daar kwam je immers niet als je onder een brug rottend zou verdwijnen. Geloof zonder actie, wat had dat voor zin?

Op 21 november 1981 trok plaatselijke afdeling van het IKV uit IJlst naar Amsterdam om te demonstreren tegen de plaatsing van kernwapens. Ik was 9 en ging ook mee. Samen maakten we ons sterk voor een betere wereld. Wij moesten alles doen om toekomstige generaties een menswaardig leven te bieden, gevoed door ons geloof en als onderdeel van de kerk. Geloof zonder actie, dat is niks, voelde ik zelf tegen deze tijd ook wel aan.

In de zomer van 1983 logeerden er twee jongetjes uit Noord-Ierland bij ons thuis. Eentje katholiek, de ander protestant. Zo konden zij, in het klein, een onbezorgde zomer hebben en begon de vrede tussen de partijen misschien wel door dit soort gearrangeerde vriendschappen. Geinspireerd door geloof in een vreedzame wereld, als voorbeeld van Gods Koninkrijk, moet je immers als mens in actie komen voor Gods ideaal. Geloof zonder actie is als een lege huls, was mijn overtuiging.

Misschien was het deze overtuiging die ik ook terugvond in mijn kennismaking met de doopsgezinden, vele jaren later. De bordjes met de tekst “daden gaan woorden te boven” – daar kon ik me wel in vinden. Het sloot aan bij mijn opvoeding, mijn karakter, mijn geloof. Op school hing een, toen ook al antieke, wandplaat met een afbeelding en tekst: wat kan Paultje toch mooi bidden. Daar keek ik argwanend naar. De handen uit de mouwen steken, daar hebben we meer aan – dacht ik als kind al.

En nu lezen we hier vandaag:

“De Heer zal voor u strijden;
zelf hoeft u geen vinger uit te steken”

Tsja.

Of zoals we zongen:

Je moet de zee doorgaan
de diepte van het leven
en zonder angst of vrezen
vertrouwen op mijn naam
vertrouwen op mijn naam

Vertrouwen op mijn naam. Ja, natuurlijk…maar wat betekent dat dan?

In de kerk kost het niet zoveel moeite om dat te beamen. “Ja, natuurlijk, wij vertrouwen op de Heer.” Alleen….hoe past dat in de rest van ons leven, buiten de muren de kerk? Hoe passen we dan in in de rest van de week?  Kunnen we dat soort passages maar beter overslaan? Of erop kauwen, kijken of er andere sappen vrijkomen, herkauwen, proeven, malen?

Iemand vertrok voor zendingswerk naar West-Afrika en verkocht al haar huisraad voor ze vertrok. “Mocht ik ooit terugkomen, dan zorgt God wel voor me”. Yeah, right. Dat soort teksten, daar gaan heel wat wenkbrauwen van fronsen. Denk eens na, joh. Maar tegelijk zingen we wel

Behüte mich, Gott
Ich vertraue, dir
Du zeigst mir den Weg zum Leben

Nou, dat zijn wat gedachten waar ik de laatste tijd mee bezig ben.

Het was vorig jaar dat ik aanwezig was op een begrafenis. De kleindochter nam plaats achter het spreekgestoelte, een beetje onwennig, en ze frommelde een briefje uit haar zak.   “Dit”, zei ze, “is de tekst die mijn oma iedere dag voor het slapen gaan las”. Ze vertelde dat ze had ontdekt dat het al oude woorden waren, vermoedelijk zo’n 2000 jaar oud. Dat wist ze niet en als kind had ze het altijd onbegrijpelijk materie gevonden wanneer ze bij oma logeerde. En nu was ze naar die woorden op zoek gegaan, nu oma er opeens niet meer was.

Ze las ze voor, om met ons te delen.

“Onze Vader die in de hemel zijt,
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel….”

“Oma zei altijd dat ze er rustig van werd, en ook dat ze dingen erdoor kon accepteren ofzo” – vertelde de kleindochter. Ja, ik weet het niet hoor, maar dit hoort gewoon zo bij haar”

Haar gestuntel ontroerde me. Ze was niet gewend voor groepen te spreken. Maar wat was ze puur en eerlijk. Die woorden van haar oma kregen hier nieuwe adem. Ik was getuige van een wedergeboorte.

Uw wil geschiede.

Met sommige woorden loop je hetzelfde gevaar als met sommige liedjes. Wanneer je ze al zo vaak gehoord hebt, kun je je niet meer herinneren hoe het was toen het voor de allereerste keer op de radio was. Toen de klanken nog vers waren. De woorden nog warm. De melodie nog onwennig. Hoe kun je onbevangen luisteren naar liedjes die al vastgezet zijn in je gehoor? Hoe kun je net doen alsof Bohemiam Rhapsody nog nieuw voor je is? Of het begin van de Matteus Passion van Bach? Of de woorden van het Onze Vader?

Uw wil geschiede.

Het zijn drie woordjes in een gebed dat je gedachteloos op zou kunnen dreunen. Maar…deze keer deden ze iets anders met me. De dagen erna, maar ook nu, een jaar later, resoneren deze woorden in mijn oren.

Uw wil geschiede.

Is het een bede? -> Oh God, was het maar zo dat uw wil geschiede!
Of is het een besef? -> Heer, wat ik ook allemaal bedenk, het is toch uw wil die geschiede…

Heel lang ben ik van dat eerste uitgegaan. In deze wereld, waarin zoveel gebeurt dat niet past bij die wereld die we Uw Koninkrijk noemen, het is toch bar en boos hoe wij mensen er een zootje van maken. Was het maar anders! Wat het maar zo dat UW wil gebeuren zou. Dan zou het immers anders zijn, beter vooral.

Het is blijkbaar niet zoals God wil. Maar…hoezo niet? Omdat God een God van rechtvaardigheid is? Of omdat Hij liefde zelf is? Omdat Jezus vredelievend was? Maar hoe weten wij dat?

Ons leven cirkelt rond drie werkwoorden: willen, hebben en doen. We willen van alles hebben en we willen van alles doen. We willen veranderen, verbeteren en dat alles wordt bekeken door onze oh zo persoonlijke bril die niet DE WAARHEID maar slechts ONZE EIGEN WAARHEID laat zien. Ik weet niet of er een plan is. Hoe God op ons leven inwerkt. Of hij ingrijpt. Wel weet ik dat als je terugkijkt op jaren die achter je liggen, je niet alles kunt toeschrijven aan erfelijkheid, logica, eigen initiatief of het resultaat van eigen geweldige plannen en stappen. Zoals Evelyn Underhill, een Engelse mystica uit de 30er jaren zegt:

“De ontmoeting die beslissend bleek, het pad dat zich onverwacht opende, het andere pad dat werd afgesloten, iets wat we gewoonweg moesten zeggen, de brief die we gewoonweg moesten schrijven. Het is alsof een verborgen kracht -persoonlijk, levend, vrij – de gebeurtenissen stuurde, vaak tegen onze eigen plannen en verlangens in”.

Als dat zo is, dan betekent het dat er onder de oppervlakte van ons bestaan, waar we in het algemeen genoegen mee nemen, zich onverwachte diepten bevinden en grote spirituele krachten werkzaam zijn. Ja, ik begrijp het dat er dan wenkbrauwen gefronst worden. Maar ik geloof dat we alleen ten volle leven als we ons niet alleen afstemmen op dat wat zichtbaar en veranderlijk is, maar ook op het onveranderlijke en onzichtbare: die we God noemen. En het kernwoord dat daarbij hoort is voor mijzelf aan het veranderen van willen en doen naar ZIJN.

Bevrijd uit Egypte staan de mensen met de zee voor zich en de oprukkende legers van de farao achter zich. En Mozes roept dat de Heer hen vandaag nog zal redden.

Ik geloof daarin. Ik geloof dat dat kan. Ik geloof dat het mogelijk is om een ruimte ergens in jezelf te vinden en dit onveranderlijke, om God, te laten oprijzen dat bezorgdheid, verwarring, onzekerheid en wanhoop afnemen, ook al is het leven niet zonder lijden. Verschillende mystici schrijven daarover. Over een ruimte, ergens in je, dat je nooit meer verlaten zal. Etty Hillesum schrijft daar ook over, in een situatie waarin de legers ook oprukten en de diepte van de zee voor haar lag. “Ik rust in mijzelve. En dat mijzelve, dat allerdiepste en allerbelangrijkste in mij waarin ik rust, dat noem ik God”. En hieraan ontleende zij haar innerlijke vrijheid. Dat was haar Exodus, haar uittocht uit de realiteit van nazi’s met hun terreur en dood. Het leven is niet zonder lijden, maar God is een God die vrijmaakt.

Begrijp met niet verkeerd: ik houd hier niet een pleidooi van “Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw”. Ik geloof niet in religieuze zoete broodjes. Ik vind het reuze ingewikkeld en ik wat weet ik nou hoe het werkt, hoe God zich verhoudt tot lijden. Ik kan mijn beeld van God niet in lijn brengen met lijden als straf, en ook een God met een uitgewerkt plan van A-Z wil er bij mij lastig in.

En toch…zou het zou kunnen zijn dat een mengeling van mooie en verdrietige dingen uiteindelijk een hoger doel dient? Dat wij de diepere zin van de geschiedenis niet zien, NOG niet zien, maar dat die er wel is? En dat wij ZIJN vanuit een onverwoestbare kracht die ons draagt. Alsof ze zee niet meer is en de legers verdwenen zijn? Dat die bevrijdende God zo werkt?

—–

En toen was daar psalm 2. Of eigenlijk was daar de prachtige vertaling van Richard Parker uit 1567 die door Thomas Tallis op muziek werd gezet.

Why fum’th in fight
the Gentiles spite, in fury raging stout?
Why tak’th in hand
the people fond, vain things to bring about?
The Kings arise, the Lords devise, in counsels met thereto,
against the Lord with false accord,
against His Christ they go.

We luisteren naar een eigentijdse interpretatie van deze muziek:

(Christopher Monks, Thomas Tallis, The naked byrd)

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:
Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Soms kan ik de krant niet meer lezen of zet ik radio 1 in de auto maar uit. Want wat wordt er toch veel gevonden. Gezegd. Geblaat. Beweerd. Geroeptoeterd. Wat maakt de mens zich toch druk.Vaak gaat het niet over Etty Hillesum haar verborgen ruimte, maar over de kleren van de keizer. Over alles dat o -zo belangrijk is, maar vooral met de buitenkant te maken heeft.

Al onze plannen
Onze programma’s
Al onze meningen, pamfletten, onze discussies
Alles wat anders zou moeten gaan in deze wereld
Alles waar we ons druk om maken.

Als we wel bidden ‘Uw wil geschiede’ en ook belijden dan God met ons is….zouden we dan ook niet wat vaker daar gevolg aan kunnen geven?
Moslims zeggen “Insa’allah” – als God het wil. Maar wat moet je ermee wanneer het levens anders loopt dat jij zelf wilt?

Hoe ik psalm 2 vandaag lees, is met de gedachte in mijn hoofd dat het niet gaat om de vraag wat het beste is voor mijn ziel. Ook niet wat het nuttigste is voor de mensheid. Nee – de vraag overstijgt deze beperkte doelen en zou moeten zijn: welke functie heeft mijn leven is het grootse en raadselachtige stelsel van God. Dat geheel is groter dan wat ook. Zo groot, dat we onszelf eindelijk kunnen vergeten en opgenomen worden in iets dat ons ver te boven gaat.

We zingen zo dadelijk:

Jou dat ús libben nea
yn waar en wyn fergiet
foltôgje Skepper Geast
wat Jo foar eagen stiet

Of in het Nederlands:

Opdat ons leven nooit
in weer en wind bezwijkt,
kom Schepper Geest, voltooi
wat Gij begonnen zijt.

Ik geloof dat niets ooit ophoudt. Wij bezwijken niet in weer en wind.

Ja, misschien in ons beperkte denken wel, en ja, wij stoppen op een gegeven moment met ademen. Deze gemeente zal ook ophouden, net als de gehele broederschap. Ons leven stopt op een gegeven moment. Maar dat is niet het eind van het liedje.

De liefde zal het winnen
en nooit verloren gaan.

Uw wil geschiede

Amen.

1 reactie

  1. Sybille Joniaux

    18 september 2019 at 12:41

    Heel mooie gedachtengang. Ja, doen, en zijn, overgave. Vertrouwen. All shall be well…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

© 2019 Jelle Waringa

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑