Jelle Waringa

gedachten over religie en geloof

Eenzaam

Een wolk van een zoon! Onze dochter is geboren! Hij is er!
Daar ben je dan, nieuwe wereldbewoner. Gefeliciteerd. Je hebt het gehaald. Helemaal alleen.

Ik staar wel eens uit het raam aan de westkant van het VU-hoofdgebouw in Amsterdam Buitenveldert en kijk dan uit over het VU medisch centrum. Er is weinig over van het oorspronkelijke gebouw; nieuwbouw met veel glas en een nieuw helikopterstation beperken het zicht op de plek waar ik zelf krijsend ter aarde viel. Dit is waar ik begon, waar het eerste puzzelstukje van wat ik nu mijn identiteit noem begon. Net zoals het verhaal van jouw leven ergens ontsproot.

De kans dat juist jij geboren zou worden uit de twee mensen die je vader en moeder zijn is echt heel erg klein. Ik vond een berekening die de kans inschat om geboren te worden als het exemplaar dat je bent, terugrekenend naar de eerste mensen van de soort homo sapiens, zo’n 200.000 jaar geleden. De uitkomst? Een kans van 1: 102408  , een getal zo belachelijk klein dat er geen woorden voor zijn. Maar wat meer is: het zegt eigenlijk niet zo veel. Het is een mathematische redenering. Het zegt niets over het waarom van de samenkomst van eicel en spermacel, niets over liefde tussen al die generaties die er eerder waren, niets over al die toevalligheden die ooit leidden van x tot y, noch over de ellende die al die generaties overkwam en alle verdriet die de dagen van je overgrootvader donker kleurde of de angst die je betovergrootmoeder doorstond. Een getal kan niets uitdrukken van alle hoge bergen en diepe dalen die de levens van die honderden eerdere Waringaatjes op hun pad vonden. Een berekening vertelt niets over het ongelofelijke wonder dat mensen ondanks alles steeds opnieuw kiezen voor de doorgang van het leven in hun kinderen, hoe frustrerend en allemachtig moeilijk dat soms ook kan zijn.

Wat ons tot onszelf maakt, wat onze identiteit vormt, zijn verhalen. Die onderscheiden ons van een ander. Je identiteit is een verzameling verhalen, zorgvuldig geschreven, geconstrueerd, aan elkaar geplakt, weggelaten, verwijderd, tussengevoegd, mooier gemaakt, doormidden gebroken, afgevlakt en ruw geschuurd. Het is dit narratief dat bijdraagt aan onze perceptie van wie we zijn.

Ik ben. Dat zijn woorden die waar zijn. Ik ben. Zeg het maar eens een paar keer hardop: ik ben. Ik ben. Ik bén. Punt. Als een mantra. Wie zegt die woorden? Jij. Je bent.

Wie ben jij dan? Wat maakt jou dan jou?

Allerlei flarden van beelden of geluiden die niet meer thuis te brengen zijn, die niet gedeeld kunnen worden met anderen, die niet begrepen kunnen worden of te herleiden zijn tot een plek of tijd, vormen het begin van jouw verhaal. Het zijn een soort droombeelden die je alleen zelf kunt oproepen. Zulke flarden van memorie heb ik zat, maar ze bestaan alleen in mijn eigen hoofd en zelfs daar is het discutabel of ze niet achteraf geconstrueerd zijn. Dus eigenlijk weet ik helemaal niet of ik waar ben. Als ik moet zeggen wie ik ben, vertel ik een verhaal dat maar zeer gedeeltelijk klopt. Zelfs de eerste cognitieve herinneringen kunnen de tand des tijds nauwelijks doorstaan. De maan, zichtbaar vanuit mijn slaapkamer bijvoorbeeld. Mijn vader die een verhaaltje vertelt, of was het een verhaal dat juf op school had voorgelezen? Ik moet een jaar of drie geweest zijn, en de maan is een kaaswinkel. Sta ik op een commode? Of in een spijlenbedje? Het geheimzinnige blauwachtige licht van de maan herinner ik me, maar ook de vertrouwdheid en veiligheid van de binnenkant van het venster. Veilig, dat woord past bij het huis waarin ik opgegroeid ben. Niet altijd aan de buitenkant, maar wel binnen.
Slapen bij pake en beppe, op de zolder. Het hete ijzer dat ik door de gehaakte kruikenzak op mijn benen voelde, de geluiden vanuit de achterkamer, beppe haar gelach. De zware dekens die het deden lijken alsof je een beetje ingedrukt werd. Ik herinner me vele landschappen, soms vanuit een auto. Waar ze zijn? Dat is niet meer herleidbaar. Een witte benzinepomp, op een hoek, het is warm. Een paadje naar het strand. Een boerderij waar we op bezoek zijn bij mensen van mijn vader zijn werk. Een groot huis waar de kinderen een pakhuis hebben, rood opgeschilderd op een zolder. Een vakantie met vrienden, kleine kronkelende ommuurde straatjes waar we een restaurant binnengaan. De geur van plastic rubber, de zittingen van de 2CV en de tent en luchtbedden. Aan de kant van de weg, zoekend naar een camping. Langzaam worden de beelden steeds helderder en komen er namen bij van plaatsen of campings.

En zo vormen al die beelden het verhaal. Maar het is een eenzame film, want niemand kan het meemaken. Ik loop alleen door het decor van mijn leven en alle anderen zijn naar huis. En zodra ik een decorstuk vast wil pakken, verdwijnt het. Ik roep, maar het geluid komt nergens aan. Een storm steekt op. Alles is weg. Al die beelden, wat zijn ze vluchtig. Hoe solide ben ik zelf dan eigenlijk?

Hoe houd je het uit in je existentiële eenzaamheid? Jaap Dijkstra schrijft hierover: “Als het er tijdens een moeilijke periode op aankomt, zijn er twee mogelijkheden. Of de afleiding, die ervoor zorgt dat we het angstige gevoel van eenzaamheid niet onder ogen zien, dient zich aan. Of er ontstaat de moed om het uit te houden in de eenzaamheid en ervan te ‘groeien’. Dat is moeilijk, omdat het gepaard gaat met groeipijn. Maar als dit lukt, kan een situatie ontstaan waarin de eenzaamheid gezien kan worden zoals die is, waarin de demonie verdwijnt en er een nieuwe vrijheid doorbreekt. Ondanks alle gescheidenheid kun je ervaren dat je ondanks alles in een groot verband, in een grote eenheid staat”.

Als je geluk hebt, ervaar je als kind een basisvertrouwen in je leven. Als je mazzel hebt, heb je veiligheid leren herkennen. Al eeuwenlang vertellen mensen elkaar over een kracht in hun leven die hen dat basisvertrouwen schenkt, tegen de klippen op. En zelfs in de eenzaamste momenten, waarop niemand dichterbij kan komen en niemand jouw beelden begrijpt, kun je soms een ongrijpbare veiligheid ervaren. Sommigen hebben die wonderlijke hoopgevende kracht een naam gegeven: God. Het zou zomaar kunnen dat die God iets te maken heeft met het grote verband. Waarin die eenzaamheid misschien in een ander daglicht komt te staan.

1 reactie

  1. Rina van den Broeke

    27 november 2019 at 08:12

    Hoi Jelle, wat mooi verwoord
    Wonderlijk dat een mens zo begint aan de reis door het Leven met al de voorouders als bagage……veel zijn mij onbekend..maa wel aanwezig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

© 2019 Jelle Waringa

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑