(gelezen tekst hier)

Graven. Spelonken. Onreine geesten. Suicidale varkens. Uitdrijving…..wat een verhaal. Wat moeten we hier mee? Waarom lezen we dit? Misschien bevestigt het wel het beeld dat velen van de Bijbel hebben: een wonderlijk boek dat mijlenver van ons afstaat., stoffig en vol met gebeurtenissen waar wij ons niets bij voor kunnen stellen. Tsja…

Bij het lezen in de Bijbel denk ik wel eens terug aan meneer Spoelstra. Dat was mijn leraar Nederlands op de Middelbare school. Wanneer hij het had over Harry Mulisch probeer hij, als ik me goed herinner, ons drie lagen uit te leggen:

  • Verhaal op zich
  • Mythologische laag
  • Boodschap voor jezelf

Het verhaal op zich is zoals de kinderbijbel ons vertelt. Dat is belangrijk, want door het verhaal blijft de boodschap bewaard. Zonder verhaal, zonder transportmiddel, zou de boodschap nooit overgedragen zijn geweest. Maar: het is de kunst om voorbij dat transportmiddel te kijken. Dus we lezen het, verwonderen ons misschien over toch wat merkwaardige passages. Onreine geesten, iemand die tussen de graven woont, die varkens die zich in zee storten. Zo op het eerste gezicht eerder een scenario voor een horrorfilm.

Maar er is natuurlijk meer. Ik geloof dat het voor de toepasbaarheid van ons geloof, voor onze houding van “in de wereld staan” niet goed is om bij de eerste laag te blijven steken. Hoe moeilijk dat ook is! Want een verhaal zoals dit staat wel ver van ons af. Wonderen die wij niet meemaken. Wat is dat voor wereld? In ieder geval niet de onze. Daardoor blijft het een ver-van-mijn-bedshow. Daarom: laten we eens verkennen wat meneer Spoelstra de 2e laag zou noemen.

Een mens in de krochten van zijn bestaan. Jezus had blijkbaar eerder al een poging gedaan, en gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man’. Dat had niet geholpen, en nu WIL die man ook niet geholpen worden. …tenminste, zo lijkt het. Hij schreeuwt Jezus toe hem geen pijn te doen.
Wat is dat voor leven? Contactschuw. Haat tegen zichzelf. Een schreeuw om hulp die hij tegelijk ook niet wil. Een leven vol uitzichtloosheid en tragiek. Een leven van zelfcastijding en ellende. Ik word er naar van.

En dan wordt er gemorreld aan die tragiek. Jezus benadert de man nu anders. En wat gebeurt er als er gemorreld wordt? Dan staat de veiligheid op het spel. Wanneer de bevrijding van de situatie die bekneld nog erger is dan die situatie zelf. De vlucht naar achteren is dan vooralsnog een betere optie dan naar de angstaanjagende toekomst te kijken. Zoals die jongen die in de psychiatrie is beland en echt met zichzelf aan de slag moet. Of die vrouw die die weet dat de heroïne haar leven verwoest, maar het beeld van de cold turkey nog veel beklemmender vindt.

Hierbij werkt autoriteit of dwang niet. De gebiedende wijs is niet effectief. Zoals mensen al snel komen met goedbedoelde adviezen:

“Ga eens wat vaker naar buiten!”
“Hou toch eens op met die drank. Je gaat er immers aan kapot”
“Je zwelgt in je verdriet na die scheiding. Ga toch eens gezellig mee naar een terrasje”

Nee. Wat Jezus zegt is: Wat is je naam? En dat is waar de therapie begint, waar de omkering gestalte krijgt.
Deze vraag van Jezus betekent iets anders dan nieuwscierigheid naar de man zijn naam alleen. Het is iets anders dan alleen te beantwoorden met Appie of Pieter of Jelle. Wat hem gevraagd wordt is zoiets als: Wie ben je? Hoe is het zo gekomen? Waar kom je vandaan? Wat is je geschiedenis? De man moet na gaan denken:Wie ben ik zelf? Wat gaat er om in mijn ziel? Wat is mijn wezen? In de tekst komt dat allemaal samen in die ene vraag, dat ene moment: wat is je naam?

In werkelijkheid duurt zoiets jaren. Wie kan nou in één zin vertellen wat zijn of haar wezen is. Maar de uitnodiging is om daar over na te denken. Om niet te blijven zitten in de ellende van die krochten van je bestaan, maar om in al je eerlijkheid naar buiten te mogen komen. Er vindt een omkering in het verhaal. Er is iemand met werkelijke interesse naar deze man.

 

“Ik ben met velen” – zegt hij. Alsof alle stemmen die hem tot nu toe hebben willen sturen, meedoen.
Zijn strenge vader van vroeder, de veeleisende moeder, de cynische leraar, de dreigende dominee…
De vrienden die geen vrienden bleken
De veeleisers die geen genoegen met hem namen zoals hij was
De manager die hem op cursus stuurde op zoek naar de betere versie van jezelf

“In mij wordt met ijzeren laarzen gemarcheerd en in vreemde talen gesproken. Ik ben mezelf niet, ik ben gegijzeld door iemand anders die alleen met verwoesting spreekt en mijn eigen ik onzichtbaar heeft gemaakt”. Maar waar staat hij zelf?

Door voor het eerst in jaren weer ruimte te maken voor zichzelf, voor zijn eigen wezen, voor het kind dat hij ooit was….is er geen ruimte meer voor al die stemmen die te lang teveel ruimte ingenomen hebben. Als die ellende, dat hele legioen, moet elders woonruimte zoeken. Die hele zwijnerij, al die smerigheid, alle modder en troep gaat kopje onder om nooit meer boven te komen. Er is geen sprake van een nooit eerder vertoond staaltje magie…maar het is de vraag: Wie ben jij? Dát is het wonder. Dát is waar God in het verhaal komt. Die vraag zet de deur open naar een ander bestaan. Alle boeien en ketenen die de bezetene zo lang vast hebben gezet worden hiermee losgemaakt.

Het on-leven van deze man verandert in een leven boven de grond, in het licht, tussen de mensen, gekleed, onderdeel van, vrij. Hij mag er weer zijn, omdat iemand hem niet veroordeelde, geen hoge lat hanteerde, maar vroeg naar zijn diepste zijn.

Is dat waar de tekst over gaat die we zonet zongen?

 

De Geast fan God, de Hear
skinkt ús in nij begjin,
al wa’t syn krêft ferlear
ûntdekt wer doel en sin.
Wa’t kâld wie, hurd as stien,
krijt no in nije siel,
‘t ferdielde wurdt wer ien,
‘t fernielde wurdt wer hiel.

Is dat wat er in al die teksten bedoeld wordt met God die bevrijdt?
Dat wanneer alles voor niks lijkt te zijn geweest, wanneer het koud is en hard als steen, er toch een nieuw begin mogelijk is?

Nog één keer naar meneer Spoelstra. De derde laag. De boodschap voor jezelf. Want zolang het gaat over een heroïneverslaafde elders, of die-en-die met een zoon met psychiatrische problemen, of iemand in ons dorp die we wel kennen en ook zo teruggetrokken leeft…..wat heeft dat dat met óns te maken? Dan blijft het de beschrijving van een ander. Maar het gaat niet over die ander, maar over onszelf.  ie bezetene lijkt wel extreem, maar is een ingedikte versie van eigenschappen die we allemaal in meer of mindere mate hebben. In de tekst van Marcus komen ze allemaal samen in die ene man, maar welke facetten van ons eigen leven lijken, misschien maar een klein beetje of misschien best wel veel, op het leven van de bezetene van Gerasa?

Wanneer laat jij je hoofd hangen naar het oordeel en de maatstaven van een ander?
Wanneer heb ik te lijden onder mijn schaamte voor wie ik ben en zit ik daardoor vast aan ketenen?
Wie legt te lat altijd te hoog voor zichzelf en pijnigt zich daar steeds mee?
Wie heeft het gevoel er niet helemaal bij te horen en denkt dan: laat mij hier maar zitten?
Welke krachten of middelen zijn zo belangrijk voor ons hier geworden dat ze ons leven beknellen boeien?

Denk daar de komende week nog eens over na.
Lees Marcus 5 nog eens over. Pak op een stil moment eens de bijbel en lees het hardop. Wie weet gebeurt er dan iets met de woorden in uw eigen leven.

Wat ik zo mooi vind, is dat het hier niet gaat om een wonder dat pats-boem uit de hemel komt, maar dat het wonder van God in mensen hier op aarde, plaatsvindt. Dat het niet beperkt is tot Jezus in Gerasa in het decor van een horrorfilm, maar dat het hier in Drachten of afgelopen zomer op de camping of gewoon bij u thuis of in de familie opnieuw kan gebeuren en ook gebeurt. Dat je op een onbewaakt moment voelt dat die onbegrijpelijke God in het spel is wanneer je je onzekerheid van je af voelt glijden. Dat je op het moment van wanhoop zomaar een keertje kunt relativeren. Dat je middenin alle zorgen en gedachten en plannen een moment inziet dat het allemaal al goed is – ongeacht de uitkomst.

Opdat ons leven nooit
in weer en wind bezwijkt,
kom Schepper Geest, voltooi
wat Gij begonnen zijt.

Dat zou toch wat zijn…..

Amen.