Jelle Waringa

gedachten over religie en geloof

Geen psalm

Een uitvaartdienst in de kerk. Het is best vol en in de bank achter me zitten twee mensen te fluisteren. “Kom jij weleens vaker in een kerk?”, wordt er gevraagd. “Nou, alleen bij dit soort bijeenkomsten”, is het antwoord. Het orgel begint te spelen. De meeste mensen kijken voor zich uit of bladeren wat in hun liturgieboekje. Een paar mensen zingen mee, voorzichtig.  Het klinkt breekbaar. Voor sommigen voelt zo’n kerk misschien een beetje als een museum, maar ik werk in dat museum. Ik houd van dat museum.

In 1984 kwam de film “The Never Ending Story uit”. Het gaat over Het Niets, een bijna niet te stoppen kracht die de fantasiewereld Fantasia opslokt. Bastian leest over een een denkbeeldige wereld, ver weg en onvindbaar. Tot het moment dat Bastian begrijpt dat Fantasia niet buiten hem bestaat, maar dat hij er onderdeel van is. Ha! Een fantasiewereld! Net als de kerk, het geloof, Pipi Langkous en de sprookjes van Andersen.

Het is echt slechts een handjevol mensen dat meezingt. Ik voel me in ons museum, als beheerder van onze collectie, weleens als de apologeten, die in de eerste eeuwen het christendom verdedigden tegen critici. Dat wat me lief is, wil ik graag behouden. Uit alle macht probeer ik uit te leggen waarom lezen van de bijbel of zingen in de kerk ook heel goed samen kunnen gaan met ons collectieve verlichtingsdenken. En dat je echt geen mak schaap hoeft te zijn in mijn religieuze leven. Ik probeer duidelijk te maken dat de Bijbel gaat over de levens van mensen die dezelfde diepe dalen en hoge toppen kenden als wij nu en dat je je misschien wel kunt verhouden tot al die mensen in de lange lijn van de traditie, omdat je leven daarmee een diepere betekenis krijgt. Tenminste, dat denk ik. Zo voel ik dat.

Waarom dan dat verdedigen? Ik denk dat ik bang ben voor Het Niets. Secularisatie is niet alleen een godsdienstsociologisch gegeven, maar voelbaar en merkbaar. Ik geloof niet in energie, niet in ‘meer tussen hemel en aarde’, maar ik behoor tot de minderheid voor wie het leven geïnspireerd wordt door de naam God en die zich verenigd hebben in een organisatie die kerk heet. En daar begon ik eigenlijk over: wie kan er nog iets met de kerk? Is het daar misschien ooit misgegaan? De kerken zijn nog nooit zo leeg geweest, maar de kloosters nog nooit zo vol. Mensen hebben blijkbaar behoefte aan nadenken over hun leven in een spirituele context, waarin aandacht is voor stilte, bezinning en verbinding met anderen. Maar niet in een kerk dus. Geen preken. Geen orgel. Geen psalmen. Jakkes.

In Jorwert wordt gewerkt aan een klooster. Een nieuw klooster. Een plek waar mensen zich een paar dagen (of langer) los kunnen maken van alles wat hen in het normale leven zo in beslag neemt. Op die plek zijn mensen straks welkom in de weidsheid van het Friese platteland om te wandelen, de mediteren, te bidden of gewoon te zijn. Om gast te zijn en zich welkom te voelen. En misschien ook te praten over je leven, met of zonder God. Op die plek kunnen mensen een paar dagen meedoen met een manier van leven die de toekomstige bewoners van dat Nijkleaster voor ogen staat. En dat leven geeft God een prominente plek. God als bron van alles wat was, wat is en wat komen gaat. Thomas Quartier schrijft, als broeder van de  St. Willibrordsabdij te Doetinchem: “De gebedsdiensten geven geen structuur aan de tijd, maar in de kloosterspiritualiteit voegt onze tijd zich naar de gebedsdiensten. Zonder deze transcedente kern die met God te maken heeft, zou het waanzin zijn om de prioriteit aan de getijden te geven”. In dat ritme zijn mensen straks, wanneer Nijkleaster communiteit is geworden, heel erg welkom. Voor mij draait dat ritme om die transcedente kern die met God te maken heeft. Maar mijn kern hoeft niet jouw kern te zijn.

“Ai…dat klinkt wel erg kerkelijk”

Ik wil niet verdedigen. Ik wil geen populair sausje om het minder erg te laten lijken. Ik geloof niet in energie, niet in ‘meer tussen hemel en aarde’, maar ik geloof in God. Dat is een naam met ongelofelijk veel betekenissen, maar wat kan ik anders dan dat woord gebruiken? Mijn God hoort bij mij.  Door mij gevormd?

Alles begint met taal. En die taal is vaak geladen met associaties. Herinneringen aan pijnlijke vroegers, aan spruitjes, aan dominees die alles dachten te weten en aan dreigende taal over weet ik wat er zou zwaaien wanneer.

Taal. Stel dat je een psalm zou lezen zonder het te weten. Zou je dan doorlezen? Zou je het zelfs mooi kunnen vinden?

 Roepen. Schreeuwen is het
wie roep je, zeggen ze.
Schreeuw niet zo, jij

God roep ik. God schreeuwt mijn stem.
Smeken is het. Klagen, zelfbeklag
woede om beledigingen en leugen.

God roep je – je wil aandacht?
Hij luistert? Antwoordt? Bij Hem
ben je veilig? Een vader?

Ja om aandacht schreeuw ik.
En Hij hoort. Dat geloof ik.
Dat troost me. Ja Hij zal.

 

(Huub Oosterhuis, 150 gedichten vrij)

2 reacties

  1. Alles begint met taal..
    In het begin was het woord..

  2. Sinds eeuwen zijn de Psalmen een spiegel voor de maatschappij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

© 2019 Jelle Waringa

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑