Jelle Waringa

gedachten over religie en geloof

Een droom over Nijkleaster in 2021

Ik had een droom. Nu hoef ik mijn dromen niet altijd te delen met Jan en Alleman, maar in dit geval maak ik een uitzondering. Er kwamen nogal wat mensen in voor. Ik geloof dat de droom speelde in januari 2021. Ik weet niet of dromen iets te zeggen hebben, maar in ieder geval geven ze een inkijkje in een anders verborgen gedachtewereld:

 

 

Wietske heeft deze week ontbijtdienst. Ze heeft het brood, beleg en fruit gisteravond al klaargezet op de grote ontbijttafel. Het ontbijt in

Nijkleaster is informeel. Dat wil zeggen: ieder redt zichzelf en we eten niet noodzakelijk samen. Ik vind de refter een fijne plek; er is een stamtafel, maar er zijn ook een paar kleine ronde tafels waar we soms als gezin aan zitten. Er staat een boekenkast en er zijn kranten. Het ademt de sfeer van een warme boerenkeuken; het houten meubilair is basaal en mooi. Het is een leefplek waar gekookt, gegeten, gedronken en gepraat wordt.

Om 7 uur is de lauden, het ochtendgebed. Ik kijk op het rooster dat in de keuken hangt en zie dat Meindert voorgaat vanmorgen. Ik houd van zijn rustige stem en meditatieve teksten. “Iepenje my foar jo goedens” – zo beginnen we al jaren. Dag in, dag uit. Week in, week uit. Het herinnert mij aan de wezenlijke motivatie om hier te zijn: ruimte maken voor God.

NS Station Bussum, 07.10 uur. Mijn naam is Gerdien Bakker, 48 jaar, ergotherapeut hier in Bussum. Ik woon alleen en nu ik dit opschrijf realiseer ik me hoe onwennig dat klinkt. Ik woonde tot een half jaar geleden samen met mijn man en dochter van 16. We hadden het goed, tot dat moment in juli waarop mijn man Jaap geen voorrang gaf aan die bus toen we op vakantie waren in de Pyreneeën. Zij waren beiden op slag dood, maar ik deed mijn portier open en stapte uit. Zij dood en ik levend. En nu woon ik alleen. Ik eet alleen, ik slaap alleen, ik huil alleen en ik voel me alleen. En ik reis alleen, maar niet meer met de auto. Ik stap zo dadelijk op de trein naar Leeuwarden, en daarna richting Sneek. Ik moet uitstappen op station Bears– dat is geloof ik niet meer dan een soort halte voor het boemeltje.

De advertentie van Nijkleaster werd me aangereikt door mijn voortdurend helpende schoonzus. Had ze gezien in Trouw. Stilte, bezinning, verbinding. Zelf zou ik de pagina omgeslagen hebben; ik heb eigenlijk helemaal geen trek ik goedbedoelde spirituele raad, laat staan als dat ook nog eens gebeurt met zo’n gelukzalige Jezus-blik in de ogen van een dominee. De kerk, daar had ik al afscheid van genomen en helemaal na het verlies van Jaap en Marlies kan ik niet anders meer dan ongelofelijk pissig zijn op God met zijn zogenaamde liefde en barmhartigheid. Ik kan ook wel ellendig zijn zonder die die God.

En toch stap ik op de trein en ik weet niet waarom. Nijkleaster. Dat Friese, dat heeft iets magisch.  Nieuw Klooster. Dat is niet oud, maar voelt fris. Er was ook geen regenboog te zien in de advertentie en dat was een pré. Ik zit daar niet in een of ander programma, maar kan gewoon een paar dagen meedraaien in het ritme van de mensen die daar wonen. Zijn dat eigenlijk monniken? Of nonnen? Ik weet het niet. Ze hebben een tuin, een boomgaard, dieren en drie keer per dag een gebedsdienst. Ondanks al mijn scepsis geloof ik dat ik wel open sta voor die diensten. Ik wil iets over me laten komen. Ik wil even niet boos zijn. Maar dat hoeft niet iedereen te weten.

Nijkleaster, 06.25 uur. Vanochtend blijf ik hier thuis. We verwachten in de loop van de middag vier individuele gasten plus een groep van negen expats uit Singapore die in Groningen werken en deze week bij Nijkleaster een teambuildingweek houden. Ik ben benieuwd.

Onze oudste dochter Anke woont in Leeuwarden en komt in het weekend graag thuis. Ik herinner haar dan wel eens aan haar opmerkingen van vroeger. “Jullie kunnen toch alleen maar over God en Jezus praten in dat stomme klooster!”, riep ze dan weleens. En nu komt ze vrijdags op haar scooter aanrijden en gaat dan vaak eerst bij de schapen kijken of tuurt een tijdje over het land richting Bears. Ook zij komt hier tot rust, en ik weet hoe graag ze soms even alleen in de kapel zit. Het kan verkeren…

Leeuwarden, 07.40 uur. Minke van der Laan, 48 jaar. Aangenaam. Moeder van Renske, 20, die op kamers woont in Delft. Ik loop niet zo met mijn geloof te koop, maar in dit geval wil ik er wel iets over zeggen. Ik ben katholiek opgevoed. Alles erop er eraan: eerste communie, misdienaar, vormsel, altijd die bleke schelvis op vrijdag. Naast mijn moeder in de vroege mis (dan hadden we nog iets aan de dag), de biecht, de communie. Weet je: dat is voor mij altijd buitenkant geweest en zo zie ik het nog steeds. Was het niet de Franse theoloog Alfred Loisy die al meer dan 100 jaar geleden schreef: Jezus verkondigde het koninkrijk Gods, maar alles wat er kwam was de kerk? De kerk met al haar regels, gebruiken, voorschriften, ordes, do’s en don’ts – en dan heb ik het echt niet alleen over de moederkerk.

Een paar jaar geleden overleed mijn moeder. We wisten dat ze zou sterven en hadden het erover gehad. Hoe alles moest en vooral ook wat niet. Op haar eigen kamer zat ik naast haar, terwijl ze bezig was met haar laatste uren. Dat hadden we beiden wel in de gaten. Ik belde de pastoor, die er binnen een half uur was. De zalving van een stervende had ik ook altijd gezien als iets van de buitenkant. Tot dat moment, want ik heb toen in die nacht voor het eerst ervaren hoe het is om iets mee te maken van God die bij mensen is. Even was er geen aankleding en waren er geen ingestudeerde woorden. Mijn moeder werd gezalfd, met zoveel eerbied, aandacht, liefde en, hoe zal ik het zeggen, met mooiheid, dat ik er ondersteboven van was. Dit was dus ook de kerk. En de liefde die  toen die kamer inkwam was volmaakter dan ik ooit gevoeld had. Ik hoor u zeggen: wordt wakker!  Maar ik ben echt niet naïef. Ik ben zelfs tamelijk nuchter. En ik weet heel goed dat het de pastoor was die die olie meegenomen had, en ik weet ook best dat ik zelf in een wat wiebelige staat verkeerde. Nou en? Is het daardoor minder waar?

Ik stap straks om 11 uur op de fiets richting Jorwert, naar Nijkleaster. Ik werk daar twee dagdelen per week als vrijwilliger. Dat heeft alles te maken met de ervaring die ik net beschreef. Die ervaring heeft doorgewerkt in mijn wezen. Naast mijn betaalde baan bij de bibliotheek wil ik me inzetten voor een plek waar mensen iets zouden kunnen ervaren van de mooie kant van het leven, van deze planeet, van de mensen die met elkaar begaan zijn.

Ik maak bedden op, ik dweil, ik schrob wc’s. En daarnaast houd ik de voorraden bij in de woonkamer voor de gasten, zoals koffie, thee en koekjes. We maken ruimte voor mens-zijn zoals dat misschien ooit wel bedoeld is. Vorige week las Hoite psalm 8 voor in de kapel:

As ik jo himel beskôgje,
it wurk fan jo fingers,
de moanne en de stjerren,
dy’t Jo dêr plak jûn hawwe,
wat is dan in minske, dat Jo om him tinke,
en in minskebern, dat Jo him achtslane?

en toen dacht ik: misschien doen wij hier wel iets in het verlengde van onze opdracht in het leven. Ik geloof dat wij hier een klus te klaren hebben, samen met God. Hij slaat niet acht op ons omdat we zo goed bezig zijn in Nijkleaster, maar wij zijn bezig in Nijkleaster omdat hij acht slaat op ons. Wij doen dit niet alleen.

Nijkleaster, 09.10 uur. Vanuit Sneek komen er drie mensen van Caparis die hier twee dagen per week werken. Ze helpen met het voorbereiden van het eten en hebben zo hun eigen verantwoordelijkheden in de keuken. En vanmiddag helpen ze Minke bij het klaarmaken van de kamers. Soms helpen ze ook met de schapen en kippen, Wietske haar afdeling.

Hoite als abt. Hij leek veel moeite te hebben met dat beeld, toen in 2016. Maar uiteindelijk was hij samen met Wietske de founding father van dit huis. Hij doet het prachtig. Het is denk ik ook goed geweest om het spiritueel leiderschap en zakelijk leiderschap te splitsen. In gezamenlijkheid hebben we Tessa gevraagd om de rol van kellenaar op zich te nemen. Ze is begaan met mensen, creatief, heeft oog voor detail en is tegelijk zakelijk en duidelijk. Ja, ik ben blij dat die rollen door deze mensen ingevuld worden.

 

De Pleats, Nijkleaster, 18:30 uur

Jesse: Het eten is klaar. We zijn met 19 personen. Tara heeft een aardappelschotel met prei en schelvis gemaakt. Een van de gasten moet lachen als ze ziet wat we eten en vertelt haar buurvrouw waarom. Ik kan het niet horen. Iedereen is nog een beetje onwennig. Ik hoor Nederlands, Engels, Fries, Maleis, Duits en Spaans. Ik hoor lachen. Er wordt gepraat, uitgewisseld. Verbinding in wording.

Gerdien: We zitten aan tafel met een hele groep mensen die ik niet ken. Deze eetzaal bevindt zich in de verbouwde stal van deze oude boerderij. Ze noemen het de Plits ofzo (dat zal wel Fries zijn). Ik was hier om rond half elf vanmorgen en heb eerst heerlijk gewandeld door de weilanden. Vanuit mijn kamer zie ik de kerktorens van de dorpen in de omtrek. Ik merkte dat dat iets vertrouwds had. Om 12:00 uur ben ik voor het eerst bij een dienst geweest in de kapel hier. De voorganger las psalm 131. “Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind is mijn ziel in mij”. Lees het zelf maar eens. Er brak iets in mij…ik had nog nooit eerder woorden van een psalm zo gehoord. Alsof het over mijzelf ging.

Minke: Na gedane arbeid is het goed toeven hier in de Pleats. Het goede eten, de fijne mensen die ik zo goed ken, de nieuwe gasten: de verbindingen worden gemaakt. We hebben vanmiddag hard gewerkt om de kamers op tijd klaar te krijgen voor de gasten. Tara had het druk in de keuken, maar een aantal van de gasten uit Groningen wilden graag helpen en dat is altijd fijn. We organiseren die dingen niet, maar die ontstaan gewoon. Zo oefenen we allemaal iedere dag in het loslaten van controle.

Jesse: ik vind het bijzonder dat er steeds weer mensen kiezen voor een paar dagen in Nijkleaster. Kunnen wij voldoen aan hun verwachtingen? Of hoeven we alleen de randvoorwaarden te scheppen voor een zinvol verblijf? Zulke vragen schieten soms door mijn hoofd.

En dan hoor ik heel zacht de stem van die ene vrouw, die zo stil was bij de introductie vanmiddag. Ze zingt, alleen. Iedereen luistert en het bestek wordt even neergelegd. Heel stil, maar haar stem klinkt helder:

May the road rise to meet you
may the wind be always at your back
May the sunshine warm up your face
the rain fall soft upon your fields.
And until we meet again, and until we meet again
may God hold you in the palm of his hand.

Ik moet mijn tranen bedwingen. Ik hoor meer mensen die beginnen mee te zingen. Dit zijn de momenten waarop het leven uitgetild wordt boven het gewone. Dit zijn de momenten waarop Gods aanwezigheid ertoe doet – tegen de geluiden van alle sceptici in. En ik blijf geloven dat wij hier niet alleen zijn.

Welke woorden kan ik ooit gebruiken om het onuitspreekbare te beschrijven? Wij wonen hier, wij werken hier, wij bidden hier, wij komen hier, wij bouwen hier – en proberen zo die Loisy een beetje gerust te stellen. Dat Koninkrijk van God…zie je het niet?

 

_______________

Jelle Waringa
januari 2016

 

 

 

1 reactie

  1. Oh wat een mooie, ontroerende droom.
    Op mijn manier en met mijn talenten zou ik er zo in kunnen passen.
    Dankjewel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

© 2019 Jelle Waringa

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑