Jelle Waringa

gedachten over religie en geloof

Maand: september 2017

Die Bijbel heb ik niet nodig

Zomaar een zaterdagmiddag, een bleek zonnetje en we hadden elkaar lang niet gezien. We zaten in de tuin en het leuke van hen is dat je, na de eerste hoe is het met de kinderen? en hoe was de vakantie? eigenlijk altijd op een echt gesprek komt. Je kunt er bijna gif op innemen dat het onderwerp religie op enig moment ook langs zal komen. Misschien is dat wel vanwege de behoorlijke afstand tussen ons wanneer het gaat over de waardering voor religie in je leven. Voor hen niet relevant, voor mij een grond van mijn bestaan. Wat is het toch fijn om verschillend te zijn. Lees verder

Geen psalm

Een uitvaartdienst in de kerk. Het is best vol en in de bank achter me zitten twee mensen te fluisteren. “Kom jij weleens vaker in een kerk?”, wordt er gevraagd. “Nou, alleen bij dit soort bijeenkomsten”, is het antwoord. Het orgel begint te spelen. De meeste mensen kijken voor zich uit of bladeren wat in hun liturgieboekje. Een paar mensen zingen mee, voorzichtig.  Het klinkt breekbaar. Voor sommigen voelt zo’n kerk misschien een beetje als een museum, maar ik werk in dat museum. Ik houd van dat museum.

Lees verder

Aardse tonen met een hemelse afdronk ~ Joh 2:1-12

 

Wat is ervoor nodig om een feest een feest te laten zijn? Om het te laten slagen?

Ik hoorde een verhaaltje van een groep 6 van de openbare basisschool. De groep krijgt bezoek van een pastoor. Hij vertelt de kinderen over de kerk, wat dat is en wat daar gebeurt. “Het is net als een feestje, iedere zondag weer”, vertelt hij. “Een feest met Jezus. En jullie zijn allemaal uitgenodigd om ook op dat feest te komen als je wilt”.

Een van de kinderen van die klas vraagt zaterdagavond aan zijn ouders of ze de volgende ochtend een keer naar die kerk mogen. Hij ziet dat wel zitten, een feestje met Jezus. Zijn vader verslikt zich bijna, maar vooruit: ze gaan. Twee uren later komt  het jongetje behoorlijk teleurgesteld weer thuis. “Het was helemaal geen feest. Jezus was er niet, en er was geen taart, geen slingers en niemand was blij. Ik ga daar nooit weer naartoe”.  Een feest dat geen feest werd. Een deceptie.

Een beetje feest voldoet toch aan de minimale eisen van vrolijkheid, lekker eten & drinken, leuke muziek, een gezellige locatie.

Wat is er eigenlijk zo feestelijk aan het verhaal dat we net lazen? We horen niets over die randvoorwaarden (muziek enzo). Toch valt het feest niet in het water.

Het verhaal van de bruiloft is kort, het zijn maar 12 verzen. Maar wat staat er ontzettend veel in! Het evangelie van Johannes staat bol van verwijzingen en dubbele betekenissen. Johannes spreekt niet van wonderen, maar van tekenen. Ze be-tekenen iets. Het is geen verhaaltje over toen-en-toen en wat jezus zei en waar hij daarna naar toe ging – Het is een verhaal over waar het Jezus om begonnen was.

In deze versen wordt uit de doeken gedaan wie die Jezus nou eigenlijk is, wat hij betekent.
Tekenen in plaats van wonderen. Ik vind dat mooi. Het het haalt het wonder wat naar beneden. Een wonder heeft vaak iets bovennatuurlijks, buiten ons bereik, niet te bevatten. Als we iets niet uit kunnen leggen, roepen we: HET IS EEN WONDER!

Een blinde die weer kan zien
Een lamme die weer kan lopen
Een meisje dat uit de dood ontwaakt

En dan hier: water dat in wijn verandert. Ik heb wel eens horen zeggen: het meest zinloze wonder dat  je kunt bedenken. Er is hier niemand in nood, er is niemand ziek, er speelt geen groot onrecht. Er zijn geen blinden, lammen of melaatsen te bekennen. Er is gewoon een feest gaande. En daar lezen we dan over het eerste teken van Jezus.
Hier zien we de controuren van de man met wie we van doen hebben. Een teken waardoor zijn leerlingen en de anderen anders leren kijken naar hun leven. En waardoor ze (of wij??) gaan begrijpen wat het betekent om er maar niet wat op los te leven, maar oog te hebben voor een leven met die onbegrijpelijke God.

Johannes noemt het dus tekenen – aanwijzingen waaruit blijkt wie deze mens echt geweest is. Niet vanuit een onmetelijk hoge hemel, maar gewoon hier, op een bruiloft.  Daar, onder vrienden en familie, zien we wie die Jezus nou eigenlijk aan het worden is. Johannes wil ons met dit verhaal iets vertellen. Hij heeft horen praten over Jezus, de Messias. De gebeurtenissen die met deze mens in verband worden gebracht wil hij vastleggen.
Er staat heel veel in, en er mist ook van alles. Laten we ons daar niet al te druk over maken, zoals waar dat plaatsje Kana nou gelegen moet hebben of waarom er niet meer wijn ingekocht was. Daar gaat het in wezen niet om. Daarnaast zijn er nogal wat theologische cryptogrammen op te lossen, zoals:

 

  • De derde dag waarop de bruiloft plaatsvindt (scheppingsverhaal?)
  • Wie zijn de bruid en de bruidegom? (Jezus en de kerk?)
  • Waarvoor staan die kruiken water?
  • Jezus die zijn moeder vrouw noemt, en nogal afstandelijk lijkt te reageren

Maar naast al die verwijzingen, waar we het een andere keer vast nog over kunnen hebben, wil ik vandaag graag stilstaan bij de gewoonheid van deze setting. Jezus en zijn leerlingen waren ook uitgenodigd. Alsof ze zo op een feestje hier in Joure vanavond de deur binnen kunnen vallen, een beetje te laat. Kom erin, pak een stoel! Hier is een glas. Nu kan het feest echt beginnen.

In dit korte verhaal maken we werkelijk kennis met Jezus. Het is niet alleen het begin van de tekenen, maar het toont ons ook het beginsel van de tekenen; hier zien we de essentie van Jezus: wanneer wij in ons gewone, alledaagse, misschien soms saaie of tegenvallende leven denken dat het feest voorbij is, blijkt er een afterparty te zijn. Daar waar wij soms geen licht aan het einde van de tunnel zien, blijkt er toch een nieuwe kans te bestaan. Dat is wat Jezus ons meegeeft. Dat is waarmee hij God dichtbij brengt. Dat is de innerlijke transformatie die ieder mens nodig heeft om bij de dag te kunnen blijven en niet door alle wereldlijke ellende de handdoek in de ring te gooien, de stekker eruit te trekken, het feestje af te blazen. Jezus laat hier, in dit eerste verhaal van Johannes, eigenlijk al zien hoe het er in de rest van zijn leven aan toe zal gaan. Het is een verkorte versie van alles wat er nog komen gaat: als je het niet meer ziet zitten, is er toch nog leven. Er zit altijd meer in het vat.

De kerk heeft daar een woord voor uitgevonden: genade. Niet op de manier waarop je om genade moet smeken wanneer iemand je arm op je rug draait. Juist niet. Genade mag je ook verstaan als:
je hoeft niet bij de pakken neer te zitten. Ook al lijkt het vat leeg en ook al heb je tegenslagen te verwerken, ook al lijkt het in de verste verte niet meer feestelijk te worden: God is er bij.
Die onzichtbare God die je misschien wel verwijdt dat hij zich nooit laat zien,
waar je boos op bent omdat je kind maar niet beter wil worden,
wiens bestaan je betwijfelt omdat het leven soms zo oneerlijk is.

Die je toeschreeuwt: Waarom hebt u het volk van de HEER naar deze woestijn gebracht? Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte en ons naar dit afschuwelijke oord gebracht? Er is hier geen koren, er zijn hier geen vijgenbomen, geen wijnstokken en geen granaatappelbomen.

Die God die doet wat Hij ooit beloofde: Ik ben die er zijn zal.
Hij werkt door mensen – Mozes, Aaron, Jezus. Het zijn niet de indrukwekkende kunststukjes die ons omver moeten blazen (water uit een rots, water veranderen in wijn), maar het is de belofte dat wanneer je gaat met die God, je kunt leren veranderen. Het is een proces, een transformatie, waardoor je anders tegen dingen aan leert kijken. De wijn op het feest in Kana feest mag dan op zijn, maar is die wijn werkelijk zo voorwaardelijk voor het welslagen van het feest? Of gaat het eigenlijk om het zien, het proeven, het herkennen van een andere manier van voldoening die het leven tot feest kunnen maken?

Johannes vertelt ons hoe dat dat leven van Jezus mensen veranderd heeft. Daar heeft hij over gehoord en hij vertelt het door. Het is het verhaal van een mens die leek te begrijpen hoe zo’n veranderingsproces handen en voeten kan krijgen – het is niet te ver, niet te hoog.
Een mens om op te bouwen. Die dat wat verloren lijkt, weer doel en zin gaf. Die dat wat uit elkaar gescheurd is, weer bij elkaar brengt. Die keer op keer dat wat het laatste komt, vooraan zet.
Zelfs water kreeg glans, kreeg smaak en bleek een bron van leven te zijn:

Let all who are thirsty come
let all who wish receive the water of life freely

zingen we straks.
Laar iedereen die dorst heeft komen
laat iedereen die dat wil het water van het leven krijgen, in overvloed

Jezus laat ons als genodigde op deze bruiloft vanaf nu zien hoe een leven met God gestalte kan krijgen. Jezus leert ons dat gaan met God betekent dat wanneer het lijkt alsof de koek op is, je toch nieuwe wegen ziet. Een leven waarin ziekte, verlies en teleurstelling nog steeds pijn zullen doen, maar waarin je kunt leren dat er een diepere laag van dankbaarheid, schoonheid en levenskunst bestaat dan de onmiddelijke bevrediging van behoeften of het miraculeuze verdwijnen van narigheid. Ik noem dat geen geloof, maar vertrouwen. Een leven in vertrouwen dat God er is en dat dat ons platte, gewone, aardse en soms moeilijke leven ontstijgt. Een leven waarin je weet: wij zijn niet alleen.

In dit verhaal zien we dat onze menselijke neiging om teleurstellingen ons te laten overspoelen niet nodig zijn: Echt! Er is een uitweg. Werkelijk: God laat je niet zitten. Doe maar mee: water wordt levend water en wie er dorstig van wordt, mag erin delen.

Laat het stromen – er is genoeg voor iedereen.

Zo’n leven smaakt goed. Net als die wijn. De Deense theoloog Kai Munk stelt zich voor, dat het bruidspaar jaren later nog steeds flessen over heeft, bewaard om zo nu en dan een van te ontkurken. Een fles om terug te denken aan die ene dag waarop trouw en verbondenheid centraal stonden. En plezier. En feest!

Zo’n leven smaakt goed.

Vol, met soms met een bitter accentje.
Fris, maar met een gerijpt karakter.

Aardse tonen met een hemelse afdronk.

 

(lees de tekst hier)

 

Heilige grond ~ Exodus 3: 1-16


Wat wil je later worden als je groot bent?

Wie heeft die vraag nooit gesteld gekregen?
En wat zeg je dan? Brandweerman? Dokter? Juf? Buschauffeur?

De vraag lijkt betrekking te hebben op een beroep, een functie. Wat wil je worden? Outbound Sales Manager? Business Strateeg? Chief Financial Officer?

 

Maar heeft de vraag ‘wat wil je worden’ ook niet te maken met wie je bent, of wie je wilt zijn? Verpleegkundigen zijn vaak zorgzaam, een onderwijzeres brengt graag anderen tot bloei.  Wat je wilt worden zegt dus iets over wie je bent.

Lees verder

© 2019 Jelle Waringa

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑